De werker de vrouw

Beroepen alfabet, anoniem, Mensing & Van Westreenen, ca. 1825. Rijksmuseum
Beroepen alfabet, anoniem, Mensing & Van Westreenen, ca. 1825, via Rijksmuseum

Er is al veel kritiek geleverd op het boekenweekthema ‘De moeder de vrouw (om Japke-d. Bouma te citeren: ‘Snurk’). Ik twijfelde dus even of er nog een stukje nodig was. Maar de hardnekkige beeldvorming over vrouwen, die ook uit dit thema blijkt, is fascinerend en verdient meer aandacht. Volgens de boekenweekorganisatie verwijst het thema naar het gedicht van Martinus Nijhoff (1934) waarin een ‘sterke vrouw’ alleen achter het roer van een schip staat. Uit de titel en inhoud van het gedicht blijkt echter dat de man in een dergelijke arbeidende vrouw toch vooral een moederfiguur ziet.

De neiging om de vrouw primair als zorgende moeder te zien, is in Nederland diepgeworteld. Al in de zeventiende eeuw beschreef moraalridder Jacob Cats wat volgens hem de rol van de vrouw was. Haar levensvervulling was het zorgen voor haar kinderen en het huishouden. Het domein van de man, verantwoordelijk voor hun levensonderhoud, lag buitenshuis. Die zorgtaak hoorde de vrouw natuurlijk niet uit te besteden (‘Eén die haar kinders baart, is moeder voor een deel; Maar die haar kinders zoogt, is moeder in ‘t geheel,’ stelde Cats, als een vroegmoderne voorloper op de borstvoeding-brigade). Een dergelijk ‘ideaalbeeld’ werd in deze tijd door flink wat mannen gepropageerd.[1]

Klein puntje: zelfs in de welvarende Nederlandse Republiek konden de meeste stellen zich een dergelijke man/vrouw verdeling helemaal niet veroorloven. Veel mannen konden echt niet alleen hun gezin onderhouden. Bij werk op zee kon het zelfs maanden duren voordat hun loon weer uitbetaald werd. En dan hebben we het nog niet gehad over weduwen, die de boel alleen moesten runnen. In de praktijk waren er dus genoeg vrouwen die ook bijdroegen aan het gezinsonderhoud door arbeid binnen- en buitenshuis.

Ook later, in de tijd dat Nijhoff zijn gedicht schreef, konden veel huishoudens niet rondkomen zonder arbeid van de vrouw. En hoewel ik dit weet, kan ook ik me maar moeilijk losmaken van de stereotypes, en ik merk dit bij mijn eigen onderzoek naar vrouwen in mijn Nederlands-Indische familie. Ik kijk (beschamend genoeg) toch een beetje verrast op dat veel van hen betaalde arbeid verrichtten: mijn overgrootmoeder Cornelia Rosenquist die als winkeljuffrouw in een warenhuis werkte; haar moeder die nog op hoge leeftijd een kosthuis runde; weduwe Rosenquist-Ardjoeno die een handeltje in wond-olie en andere geneeskrachtige middelen opzette; mevrouw Rosenquist-Ruitenschild die in 1934 een opleiding aan de mode-academie volgde om haar diploma als ‘costumière’ te halen, en later zelf cursussen kleding maken gaf.

Van wie ik het daarentegen wél altijd normaal vond dat ze in deze tijd betaalde arbeid verrichtten (hoewel voor een karig inkomen): de Indonesische bedienden, onder wie zoveel vrouwen. Of we van mensen verwachten dat ze betaalde arbeid verrichten, en wélke arbeid we verwachten dat zij verrichten, dat heeft niet alleen te maken met gender, maar net zo goed met afkomst, kleur en maatschappelijke status. Ook tegenwoordig nog.

Kortom: als we terugkijken naar de geschiedenis en het hebben over de tijd dat vrouwen voor het huishouden zorgden en hun mannen de kost verdienden, dan hebben we het in feite maar over een heel klein stukje van de geschiedenis, en over een beperkte groep in de samenleving.

Tegenwoordig wordt regelmatig gezegd dat er zo veel vrouwen in deeltijd werken, en dat ze dit eigenlijk vooral doen om het gezinsinkomen met een leuk extraatje aan te vullen. Maar ook nu vergeten we vaak dat er ook genoeg vrouwen zijn die helemaal niet zouden rondkomen met deeltijd arbeid. Denk bijvoorbeeld aan alleenstaande vrouwen, mensen met lage lonen en/of veel te hoge woonlasten, vrouwen van wie de partner niet in staat is om een inkomen te verwerven, of poetsvrouwen die andere vrouwen hun huisarbeid uit handen nemen.

Bovendien zien we te vaak de onbetaalde arbeid over het hoofd die, zeker bij heteroseksuele stellen, vooral op de schouders van vrouwen valt. Gemiddeld zijn vrouwen de afgelopen jaren meer uren betaald gaan werken, maar mannen zijn niet echt meer uren zorgtaken gaan uitvoeren.

Stereotypes zijn hardnekkig en hebben invloed op de mogelijkheden die mensen in hun eigen toekomst zien. Hoog tijd dus om voorbij ideaaltypes te kijken, en meer oog te hebben voor hoe het in de praktijk eigenlijk werkt en hoe dit nog beter zou kunnen. Dus een ideetje voor het thema volgend jaar (ik ben vast niet de eerste die het oppert): ‘De vader de man’. Over het vaderschap en hoe mannen eigenlijk nog best wat zorgtaken op zich mogen nemen. De keus voor een vrouw als auteur van het bijgaande Boekenweekgeschenk is logisch, het gaat immers om een universele ervaring: heeft niet iedereen een vader, of deze nou hartverwarmend en zorgzaam is, streng of afwezig?

Suze Zijlstra @suzezij

Verder lezen

Arbeidsparticipatie en onbetaalde arbeid

De kosten van genderongelijkheid: https://www.womeninc.nl/nieuwsbericht/de-winst-van-gendergelijkheid

The ‘mental load’ die vooral vrouwen dragen: https://english.emmaclit.com/2017/05/20/you-shouldve-asked/

Zorgende vaders en werkende moeders: https://www.womeninc.nl/nieuwsbericht/zorgende-vader-en-werkende-moeders

Geschiedenis

Manon van der Heijden, Elise van Nederveen Meerkerk, Ariadne Schmidt, ‘Terugkeer van het patriarchaat? Vrije vrouwen in de Republiek’, Tijdschrift voor Sociale en Economische Geschiedenis 6:3 (2009) 26-52.

Ariadne Schmidt, ‘Labour
Ideologies and Women in the Northern Netherlands, c.1500-1800’, International Review of Social History
56 (2011) 45-67.

Annette de Wit, ‘Zeemansvrouwen aan het werk. De arbeidsmarktpositie van vrouwen in Maassluis, Schiedam en Ter Heijde (1600-1700) Tijdschrift voor Sociale en Economische Geschiedenis 2:3 (2005) 60-80.

Suze Zijlstra, ‘De Wereld van de VOC en de vergeten Aziatische vrouwen’, Over de Muur.


[1] Ariadne Schmidt, ‘Labour Ideologies and Women in the Northern Netherlands, c.1500-1800’, International Review of Social History 56 (2011) 45-67, aldaar 52-53.

DEEL


Lees ook

Gloria Bell Filmstill

Feminist in de bioscoop #2

What (not) to watch – april 2019 Naar de film: altijd lekker en soms als feminist ook best lastig. Het aanbod is groot, maar hoe…
Meer

Beroepen alfabet, anoniem, Mensing & Van Westreenen, ca. 1825. Rijksmuseum

De werker de vrouw

Er is al veel kritiek geleverd op het boekenweekthema ‘De moeder de vrouw (om Japke-d. Bouma te citeren: ‘Snurk’). Ik twijfelde dus even of er…
Meer

Movie poster for the film On The Basis of Sex, about the life of Ruth Bader Gindsberg

Feminist in de bioscoop

What (not) to watch Naar de film: altijd lekker en soms als feminist ook best lastig. Het aanbod is groot, maar hoe scheid je het…
Meer

Meer vrouwenstemmen!

Mijn wording tot feminist en liefhebber van de prinsessenfilm vonden in mijn vroege jeugd plaats. Ik had het geluk op te groeien in een gezin…
Meer